|
Waarom Castlemilk Moorits?
~ het is een ronduit prachtig, elegant primitief schaap.
~ Rammen en ooien hebben grote horens en mouflontekening.
~ Zeer sterk en zelfredzaam. Lammert makkelijk af.
~ weinig gevoelig voor ziektes als de vlieg, rotkreupel, etc.
~ Ook goed te houden op 'ruigere' terreinen, met distels, bramen, etc.
~ Goede bruine wol en erg smakeklijk, 'wildachtig' vlees.
~ De Castlemilk is uiterst zeldzaam en verdient het dus om meer gehouden te worden.
|
KLEINE HERTJES
Het ras Castlemilk Moorit ontstond eind jaren 1920, begin jaren 1930 uit een kruising van Shetland, wilde Mouflon en Manx Loghtan-schapen. Op het domein van de Castlemilk Estate van de familie Buchanan-Jardine in de buurt van Lockerbie, Dumfriesshire, leefde de kudde gedurende meer dan veertig jaar in afzondering, zodat de specifieke raskenmerken zich konden verankeren.
Rond 1949 zou zich op die manier een kudde hebben gevormd, die meestal bestond uit een zestigtal ooien en twee of drie rammen. Doorheen de volgende twintig jaar, tot aan de dood van Sir John in 1970, werd door nauwkeurige selectie een homogeen ras gevormd.
Na het overlijden van Sir John, besloot zijn zoon de meer dan honderd schapen te verkopen. Slechts twee kopers boden zich aan: Joe Henson van het Cotswold Farm Park kocht zes ooien en één ram en Mr. Mundue uit Northumberland kocht vier ooien. De rest van de dieren werd geslacht. Alle Castlemilk Moorit-schapen stammen vandaag dus af van één ram en een handvol ooien en dat zonder duidelijke gebreken door inteelt.
De Castlemilk Moorit is een eerder klein primitief (type) schaap. De hele verschijning is elegant en evenwichtig. De dieren hebben een intelligente blik, zijn alert en levendig. Hierdoor zijn het net kleine hertjes.
Alle dieren vertonen de typische moorit kleur (moorit is de lokale Schotse benaming hiervoor). Aan de basis is de wol donker chocolade bruin, door het zonlicht verkleuren de uiteinden tot een warm beige. De onbewolde poten en het hoofd zijn donker roodbruin. Van zijn wilde voorvader erfde de castlemilk het moeflon-patroon, met lichte aftekening rond de ogen, de onderkin, de buik, het achterste rond de staart, de knieën en (onderaan) de binnenkant van de poten.
Zowel de rammen als de ooien hebben grote, opvallende horens. De ooien dragen fijne, gebogen horens die liefst wijd uit elkaar staan. Rammen hebben veel zwaardere, spiraalvormige horens, die de wangen in geen geval raken. De doorsnede van de horens van de ooi is eerder plat, die van de ram meer vierkant. Beide horens zijn zo symmetrisch mogelijk.
Zoals bij de andere Noord-europese kortstaartrassen, is de staart is kort, smal en pijlpuntvormig.
De Castlemilk-wol wordt gezocht door handspinners en is opvallend donkerbruin, met natuurlijk gebleekte punten. De vacht is zacht, dicht en gelijkmatig, zonder kemphaar. De lengte van de wol bedraagt ongeveer 4 tot 8 cm.
Volwassen ooien wegen gemiddeld 35 à 40kg; rammen ongeveer 50 à 55kg. Castlemilk-ooien zijn tot op hoge leeftijd vruchtbaar. Aflammeren op 12-jarige leeftijd is geen uitzondering.
|